Sebastiaan Huntjens, directeur TMFI
“Samenwerken met de FPKM geeft extra slagkracht van beide kanten.”

De Forensische Polikliniek Kindermishandeling (FPKM) en The Maastricht Forensic Institute (TMFI) hebben elkaar leren kennen in de discussie over het aanbod van forensische expertise buiten het bekende, zoals het Nederlands Forensisch Instituut en het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie. Sebastiaan Huntjens, directeur van TMFI, sprak het idee van Lonneke van Duurling, directeur FPKM en forensisch arts voor kinderen, erg aan dat het kind centraal moet staan. Dat er een soort ‘one-stop-shop’ om het kind gebouwd moet worden waarbij alle aandacht om het kind heen georganiseerd is zodat het kind zo weinig mogelijk belast wordt.

 

Huntjens vertelt dat ze in zijn eigen regio weinig zaken van kindermishandeling hebben of ze niet zien. "En als we ze zien, komt het vaak niet tot een strafrechtelijke follow up. Waarschijnlijk omdat we niet of onjuist documenteren of er te laat bij zijn. Iedereen wil vanuit beste wil dat kind helpen, maar men is er niet voor opgeleid. Het is niet altijd haalbaar om met een kind naar Utrecht te gaan, terwijl daar wel de expertise zit. Dan moet je het omdraaien en de expertise naar je toe laten komen. TMFI heeft veel forensische expertise, maar kinderen en medisch, daar zijn we niet in gespecialiseerd. Dan kun je twee dingen doen, elkaars concurrent worden of samenwerken. We hebben gekozen voor een intensieve samenwerking en dat levert een win-win-situatie op."

 

Huntjens vervolgt: "We werken pas sinds korte tijd samen doordat we een ruimte voor kinderen hebben ingericht waar 24/7 forensisch-medisch onderzoek verricht kan worden, maar de samenwerking voelt nu al heel goed. Als een kind snel onderzocht kan worden, kunnen feiten vastgelegd worden en kan bijvoorbeeld de politie hiernaar teruggrijpen. Ook al is er dan misschien al enige tijd verstreken. Dan kunnen we alsnog iets voor dat kind betekenen. Een groot verschil met de huidige situatie waar er soms niets gebeurt. De expertise zit bij de mensen die dit werk dagelijks doen. Die zowel de medische als de forensische route kennen. Dan ben ik blij dat een kind met een kwartiertje van huis onderzocht kan worden. Het enige belang dat TMFI heeft bij dit verhaal, is het belang van het kind. En dan passen we goed bij elkaar."

 

Zo’n onderzoekskamer is niet een ziekenhuiskamer of een ruimte in een politiebureau. Er zijn een aantal zaken die op orde moeten zijn om fatsoenlijk forensisch-medisch onderzoek bij kinderen te kunnen doen. En dat hebben we nu geregeld. Een dergelijke infrastructuur op locatie geeft het kind de aandacht en de tijd die het verdient.

 

We hopen verder met deze samenwerking, omdat we als TMFI academisch ingebed zijn, dat we researchvragen kunnen gaan stellen en kunnen doorontwikkelen, publiceren, doceren, etc. Dat je bijvoorbeeld in het basis curriculum geneeskunde een stuk bewustzijn aanleert hoe je moet kijken naar kinderen. Met als doel dat meer en meer kinderen aan de voorkant er al uitgehaald kunnen worden. Tegen de tijd dat je kinderen forensisch ziet, had je ze vaak al eerder kunnen tegenkomen.

 

Concreet wordt er al gewerkt aan inbedding in de vakgroepen Sociale Geneeskunde, Kindergeneeskunde en Huisartsengeneeskunde in Maastricht. Dan heb ik het over de academische kant. Zodat het vak forensisch-medisch onderzoek bij kinderen status krijgt en een bekende discipline wordt. Forensisch documenteren van letsels bij kinderen is een vak apart. En ik ben blij dat ik op dat vlak met de FPKM kan samenwerken. Dit geeft extra slagkracht van beide kanten."

 

Lees wat de Forensische Polikliniek Kindermishandeling (FPKM) zegt over samenwerken >

 

Bekijk de highlights uit de Jaarpres(en)tatie 2013 van de Forensische Polikliniek Kindermishandeling (FPKM) >

 

< terug