Programmamanager Rutger Hageraats
“Proberen de versnippering van zorg te doorbreken”

Rutger Hageraats is programmamanager van de Transitie Jeugdzorg Amsterdam. In die functie is hij verantwoordelijk voor de nieuwe inrichting van de zorg voor de jeugd, die per 1 januari 2015 overgeheveld wordt naar de gemeenten.

 

‘Met mijn collega’s leid ik het transitieproces in goede banen. Het is mijn taak om de grote lijnen uit te zetten in Amsterdam. Dat is natuurlijk een enorme klus, maar gelukkig werk ik samen met mijn directe collega Marc van Gemert en een groot team waarin allerlei specialisten zitten; van GZ-psychologen tot financieel experts’

 

Hageraats is al sinds 2011 bezig om de transitie voor te bereiden. Die gaat volgens hem nu een spannende fase in. ‘Tot nu toe waren we vooral bezig met het bedenken van plannen, maar die worden steeds concreter. We komen nu in de fase dat de plannen daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden. We proberen de zorg niet alleen efficiënter te maken binnen de gemeente, maar tegelijk voeren we een bezuinigingsmaatregel uit en moet de zorg goedkoper. Er zullen daardoor banen verdwijnen. Voor sommige mensen wordt nu duidelijk of ze hun werk behouden of niet. Wat dat betreft is dit voor veel mensen een onzekere tijd.’

 

Om de zorg efficiënt te organiseren heeft de gemeente Amsterdam ervoor gekozen om zogenaamde ouder en kindteams op te richten. Daar zullen er in Amsterdam 22 van komen. De stad is opgedeeld in 22 wijken en elke wijk – die ongeveer uit 35.000 mensen bestaat - krijgt een ouder- en kindteam. Dat zijn multidisciplinaire teams van generalisten en specialisten die zelf veel kunnen oplossen. Hageraats vertelt: ‘In de ouder- en kindteams zitten allerlei soorten professionals, zoals ambulante jeugdhulpverleners en maatschappelijk werkers. Ook GZ-psychologen en jeugdpsychiaters maken deel uit van het team. Zij nemen de specialistische verwijzingen voor hun rekening. De teams worden geleid door een teamleider, die ongeveer twintig tot dertig professionals aanstuurt. De hoeveelheid mensen die in zo’n team zitten kan verschillen per wijk. Hun expertise is ook afhankelijk van de problematiek waar de wijk mee te maken krijgt.’

Naast de ouder- en kindteams worden in Amsterdam de zogenaamde ‘samen doen teams’ opgericht. Net als de ouder- en kindteams worden ook deze teams gekoppeld aan een wijk. Ze richten zich op mensen met zware problemen zoals drugsverslaving of grote schulden. Als deze mensen kinderen met een zorgvraag hebben, dan kan die vanuit de samen doen teams geregeld worden. ‘Het is de bedoeling dat een van de twee teams de regie gaat voeren. In elk geval niet allebei. Van dat soort bureaucratie willen we nu juist af.’

 

De gemeente Amsterdam probeert met deze opzet dus de versnippering van de zorg te doorbreken. De boodschap is: een gezin, een plan, naar de voorkant en naar de wijken. Dat klinkt veelbelovend, maar professionals binnen de jeugdzorg – bijvoorbeeld in de specialistische ggz - zien ook de risico’s ervan. Zo vraagt men zich af of de specialistische zorg wel tijdig genoeg wordt ingeschakeld en de professionals binnen ouder- en kindteams niet te lang zelf blijven proberen om problemen op te lossen waar zij niet genoeg expertise voor hebben.

Rutger Hageraats erkent dit risico. Hij zegt: ‘Deze vraag komt voortdurend terug op allerlei bijeenkomsten waarop gesproken wordt over de transitie. Ik vind het een heel terechte vraag. Wij proberen het risico op de eerste plaats te ondervangen door voldoende specialistische zorg in te kopen en op de tweede plaats door ervoor te zorgen dat er genoeg specialistische kennis binnen de ouder- en kindteams is om de hulpvraag te kunnen beoordelen en om een triage functie te kunnen vervullen.’

 

Daarnaast wijst Hageraats erop dat er ook nog een speciaal expertisenetwerk voor kinderen van nul tot zes jaar wordt opgericht in Amsterdam en dat bepaalde vormen van jeugdhulp voortaan regionaal georganiseerd gaan worden. Het gaat bijvoorbeeld om jeugdbescherming, jeugdreclassering en Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). De laatst genoemde instelling gaat op regionaal niveau samenwerken met het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld (ASHG). ‘In dat kader worden ook de crisisteams beter georganiseerd. Daar zit natuurlijk ook specialistische hulp in,’ verduidelijkt hij.

 

‘Maar hoe we de algemene, meer generalistische zorg goed laten aansluiten op de specialistische zorg, blijft een van de grootste uitdagingen waar we nu voor staan. Ook omdat er in dat proces professionals met verschillende achtergronden moeten gaan samenwerken. Maar dit is ook een van de leukste uitdagingen die we hebben. Als het ons lukt om door de transitie de verschillende vormen van zorg snel en effectief in te kunnen inzetten, hebben we echt wat bereikt. Dan hebben we de zorg goedkoper en effectiever gemaakt en het hele systeem op een positieve manier veranderd.

 

Lees wat de Waag zegt over versnippering in de zorg >

 

Bekijk de highlights uit de Jaarpres(en)tatie 2013 van de Waag >

 

< terug